Op 29 sept 2008 ging ik voor opgezette okselklieren links naar de huisarts die me doorstuurde naar het AvL. Op 3 oktober kon ik al terecht bij de nurse practioner mammacare. Zij kon geen voelbare tumoren in mijn borsten vinden. Ze stuurde me naar radiologie voor een punctie in de klieren met behulp van echoscopie. Op 7 oktober kreeg ik te horen dat er kanker in mijn klieren zat en de zelfde dag kreeg ik nog een mammografie. Maandag 13 oktober kreeg ik te horen dat het opnieuw borstkanker moest zijn; het waren mammacarcinoomcellen in mijn klieren. Maar omdat ze de tumor op de mammografie niet konden vinden moest ik woensdag in de MRI voor nader borstonderzoek. Ook kreeg ik die zelfde dag een botscan, een echo van de lever, bloedonderzoek en maakten ze een longfoto om te onderzoeken of er behalve de uitzaaiingen in mijn klieren nog andere uitzaaiingen waren. Op 20 oktober had ik een eerste afspraak met de internist. Daar kreeg ik de verschillende uitslagen. Mijn bloedwaarden waren normaal en alles behalve de botscan was goed. Op de botscan was een plekje op de wervelkolom verdacht. Daar moest nog een MRI van worden gemaakt, maar het hoefde niets bijzonders te zijn. Het kon van alles wezen, bijvoorbeeld een litteken van een lumbaal punctie die ik ooit had gehad i.v.m. het MS onderzoek. Als die wervel ok was zou de borstkanker slechts lokaal uitgezaaid zijn en de behandeling gericht op genezing. Zo niet, dan was het einde verhaal. Dan werd het pappen en nat houden, een palliatieve behandeling gericht levensverlenging en -kwaliteit. Helaas werd er geen spoed op het formulier voor de MRI gezet. Ik moest wachten tot 4 november.
Intussen kreeg ik bericht dat Dr. E. Rutgers, mijn chirurg bij de eerste keer borstkanker, me snel wilde zien. Op donderdagmiddag 23 oktober had hij tijd voor me gemaakt. Tijdens dat consult stuurde hij me nog naar radiologie voor het nemen van een aantal echogeleide dikke naald biopten. Hij wilde kijken of de kankercellen in mijn klieren de zelfde waren als die in de primaire tumor in mijn rechter borst die ze uiteindelijk dankzij de MRI hadden gevonden. Ook liet hij een röntgenfoto van de verdachte wervel maken waarvan hij de uitslag direct na afloop met me besprak: het leek hem eerder een holte dan een tumor, een osteoporose plekje. Hij verwachtte dus een behandeling die op genezing zou zijn gericht en die hield het volgende in:
Chemotherapie met na ca. 6 weken een evaluatie om te kijken of ze daarmee door zouden gaan of een ander type chemo zouden inzetten. De eerste chemo zou zijn gebaseerd op het micro-array onderzoek. Na afloop van de chemo zou ik een operatie krijgen waarbij in ieder geval de rechterborst er helemaal af moest omdat een tweede maal bestralen niet kon. Verder zou ik links ook een compleet okselkliertoilet krijgen.
Begin week 44 kreeg ik telefonisch de uitslag van de biopten: het is een infiltrerend ductaal carcinoom graad III, hormoon ongevoelig maar wel HER2/neu gevoelig. Ik heb HER2/neu eiwit, een soort groeiversneller, op mijn tumoren. Dat betekende een aangepaste chemo die ook langer zou duren. Op maandag 10 november had ik weer een afspraak met de internist en kreeg ik het complete verhaal. De wervel was ook op de MRI ok gebleken: we gaan voor GENEZING!
zondag 16 november 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten